Blog · Financiën · 8 min lezen

Self-storage KPI's: 10 kengetallen die je moet volgen

Self-storage KPI's zijn de kengetallen waarmee je ziet hoe je locaties presteren. Volg er tien: fysieke en economische bezetting, MRR, omzet per m², huur tegenover standaardprijs, move-ins en move-outs, netto groei, gemiddelde huurduur, huurachterstand per ouderdom en conversie van aanvraag naar boeking. Bekijk ze wekelijks of maandelijks, met vaste definities, per locatie.

Gepubliceerd op · Team TheStorageControl

Dashboard in blauwe tinten met KPI-tegels voor bezetting, economische bezetting, MRR en achterstand boven een lijngrafiek van het verloop, met fictieve data

Welke self-storage KPI's moet je volgen?

De belangrijkste self-storage KPI's vallen in vier groepen: bezetting, omzet, beweging en geld dat nog binnen moet komen. Met tien kengetallen zie je hoe een locatie ervoor staat, waar de groei vandaan komt en waar omzet weglekt.

Meer cijfers maken het beeld niet scherper. Belangrijker is dat je elke week dezelfde getallen op dezelfde manier berekent. Hieronder het overzicht; daarna per kengetal de berekening en de valkuilen.

KengetalWat het laat zienRitme
Fysieke bezetting (units en m²)Hoeveel ruimte verhuurd isWekelijks
Economische bezettingWelk deel van de potentiële huur je haaltMaandelijks
MRRTerugkerende huuromzet per maandMaandelijks
Omzet per m²Prijs en bezetting in één getalMaandelijks
Huur tegenover standaardprijsHoe ver bestaande huur onder de nieuwe prijs zitMaandelijks
Move-ins en move-outsWie er komt en wie er gaatWekelijks
Netto groeiOf je per saldo verhuurde ruimte wintWekelijks
Gemiddelde huurduurHoe lang huurders blijvenPer kwartaal
Huurachterstand per ouderdomHoeveel huur openstaat, en hoe lang alWekelijks
Conversie van aanvraag naar boekingHoeveel aanvragen huurder wordenWekelijks

Hoe meet je bezetting: fysiek en economisch?

Meet bezetting op twee manieren: fysiek, in units én in vierkante meters, en economisch, in euro's. Fysieke bezetting is het aandeel verhuurde units of verhuurde m². Economische bezetting zet je werkelijke huuromzet af tegen wat je zou verdienen als alles verhuurd was tegen de standaardprijs.

De meest gemaakte fout is alleen in units rekenen. Tien kleine units verhuren en twee grote kwijtraken lijkt in units groei, terwijl je in m² en omzet achteruitgaat. Spreek ook één keer af hoe je units in onderhoud of geblokkeerde units meetelt, en houd je daaraan.

De volledige uitleg staat in het artikel over bezettingsgraad berekenen. Narekenen voor je eigen locatie doe je met de gratis bezettingsgraad-calculator.

Economische bezetting

Werkelijke huuromzet ÷ potentiële huuromzet bij standaardprijs × 100%

Voorbeeld: Rekenvoorbeeld: € 42.000 werkelijke huuromzet ÷ € 50.000 potentieel = 84%

Hoe bereken je MRR en omzet per m²?

MRR is de maandelijkse terugkerende huuromzet uit lopende contracten; omzet per m² deelt die omzet door je ruimte. Samen laten ze zien of een locatie meer gaat verdienen, en of dat komt door meer huurders of door betere prijzen.

Houd MRR zuiver: eenmalige posten zoals administratiekosten, een slot of verhuisdozen horen er niet in. Terugkerende extra's, zoals een spullenverzekering, rapporteer je apart, zodat je ziet wat huur is en wat bijverkoop.

Omzet per m² reken je op twee manieren. Per verhuurde m² zegt iets over je prijsniveau. Per beschikbare m² telt ook de leegstand mee en is daarom het eerlijkste getal om locaties van verschillende grootte te vergelijken. Stijgt de eerste terwijl de tweede daalt, dan win je op prijs maar verlies je op bezetting.

Het omzetpotentieel per unitmaat reken je uit met de gratis calculator.

Omzet per beschikbare m²

Huuromzet per maand (MRR) ÷ totaal verhuurbare m²

Voorbeeld: Rekenvoorbeeld met fictieve cijfers: € 48.000 MRR ÷ 4.000 m² = € 12 per m² per maand. Per verhuurde m² (3.200 m²) is het € 15.

Hoe groot is het verschil tussen bestaande huur en standaardprijs?

Het verschil tussen wat bestaande huurders gemiddeld betalen en je huidige standaardprijs voor dezelfde unitmaat heet de rate gap. Hij laat zien hoeveel omzet er in je lopende contracten blijft liggen als alleen de prijs voor nieuwe huurders stijgt.

Reken per unitmaat en per locatie; een gemiddelde over alle maten verbergt waar het verschil zit. Een gap die blijft groeien, is een signaal om je beleid voor huurverhogingen te herzien. Wat daarbij mag, hangt af van je huurovereenkomst, je algemene voorwaarden en de regels in je land. Een negatieve gap, waarbij bestaande huurders meer betalen dan nieuwe, kan vertrek uitlokken.

Wat een huurverhoging netto oplevert, inclusief extra vertrek en leegstand, reken je vooraf door met de huurverhoging-calculator.

Rate gap per unitmaat

(Standaardprijs − gemiddelde huur van lopende contracten) ÷ standaardprijs × 100%

Voorbeeld: Rekenvoorbeeld: standaardprijs € 150, gemiddelde lopende huur € 132. (150 − 132) ÷ 150 = 12%.

Move-ins, move-outs en gemiddelde huurduur: hoe lees je ze?

Move-ins en move-outs laten zien hoe je bezetting tot stand komt; netto groei, ook wel net absorption, is het verschil tussen de twee. Dezelfde bezetting kan het resultaat zijn van weinig beweging of van veel instroom die net de uitstroom compenseert.

Reken netto groei in m², niet alleen in units. In het rekenvoorbeeld hieronder groeit de locatie in units, maar krimpt ze in verhuurde ruimte. Kijk ook naar de uitstroom per unitmaat: als vooral grote units vrijkomen, zie je dat eerder in je omzet dan in je bezetting in units.

De gemiddelde huurduur vertelt hoe lang huurders blijven. Reken hem over de contracten die het afgelopen jaar zijn geëindigd én over de looptijd van lopende contracten: bij een jonge locatie onderschat de eerste methode de huurduur, en de tweede mist huurders die nog lang blijven. Een kortere huurduur betekent meer wisselingen en meer marketing per euro omzet.

Netto groei (net absorption)

Verhuurde m² bij move-ins − vrijgekomen m² bij move-outs, per week of maand

Voorbeeld: Rekenvoorbeeld: 30 move-ins met samen 240 m² en 26 move-outs met samen 270 m². In units +4, in m² −30.

Hoe volg je huurachterstand als kengetal?

Volg huurachterstand met twee getallen: het bedrag dat na de vervaldatum nog openstaat als percentage van je MRR, en het aandeel huurders met een achterstand. Splits beide naar ouderdom, zodat je ziet of een achterstand vers is of al weken oud.

Samen zeggen de twee getallen meer dan elk apart. Een stijgend aandeel huurders met kleine bedragen kan wijzen op een procesprobleem, zoals mislukte automatische betalingen. Een stijgend bedrag bij weinig huurders vraagt om opvolging per dossier. Let in de weekcijfers vooral op wat doorschuift naar oudere categorieën.

In TheStorageControl staan het achterstandspercentage, het aantal betrokken huurders en het openstaande bedrag op het dashboard, en verdeelt de Bad Debt Control Tower debiteuren over 1–7, 8–29, 30–59 en 60+ dagen. Hoe je achterstand voorkomt en opvolgt, lees je in het blog over achterstallige huur.

Achterstandspercentage

Openstaande huur na vervaldatum ÷ MRR × 100%

Voorbeeld: Rekenvoorbeeld: € 3.000 achterstand bij € 60.000 MRR = 5%.

Bad Debt Control Tower met ouderdom van debiteuren in 1–7, 8–29, 30–59 en 60+ dagen

Hoe meet je de conversie van aanvraag naar boeking?

Conversie is het aandeel aanvragen dat uitmondt in een getekend contract. Het laat zien of je marketing en de tijd van je team iets opleveren, en waar mensen afhaken.

Meet per kanaal, want een aanvraag via de website gedraagt zich anders dan een telefoontje of iemand aan de balie. Tel een klant die twee keer aanvraagt als één aanvraag, en tel verlopen reserveringen niet als boeking. Volg apart hoeveel reserveringen verlopen zonder move-in: dat is een lek dat je met snellere opvolging kunt verkleinen. Meet ook de tijd tot de eerste reactie op een aanvraag; daar kun je direct iets aan doen.

Conversie van aanvraag naar boeking

Getekende contracten uit aanvragen ÷ aantal unieke aanvragen × 100%, per kanaal

Hoe richt je een wekelijkse KPI-routine in en vergelijk je locaties?

Self-storage KPI's werken pas als je ze vast inplant: elke week op hetzelfde moment, met dezelfde definities. Dan zie je een probleem in week twee, niet aan het eind van het kwartaal.

Vergelijk locaties op getallen die niet van de grootte afhangen: omzet per beschikbare m², bezetting in m² en achterstand als percentage. Een locatie die nog vol moet lopen, vergelijk je met haar eigen opstartcurve, niet met een volwassen locatie. De bruikbaarste maatstaf is meestal je eigen historie, zoals dezelfde periode vorig jaar.

In TheStorageControl staan bezetting, move-ins en move-outs en achterstand op het dashboard, voor het hele portfolio of per locatie, en zet het locatieoverzicht units, bezetting, MRR en achterstand per vestiging naast elkaar. Eigen berekeningen, zoals omzet per m² of de rate gap, maak je in de SQL Explorer: je stelt je vraag in gewone taal en de AI-assistent schrijft de SQL. Een wekelijkse routine kan er zo uitzien:

  1. Kies een vast moment en een vaste peildatum, bijvoorbeeld maandagochtend.
  2. Begin bij het portfolio en ga dan naar de locaties die afwijken van hun eigen trend.
  3. Bekijk de beweging: move-ins, move-outs, netto groei in m² en conversie.
  4. Bekijk de achterstand per ouderdomscategorie en wat er is doorgeschoven.
  5. Neem eens per maand economische bezetting, MRR, omzet per m² en de rate gap erbij.
  6. Sluit af met hooguit drie acties, elk met een eigenaar en een datum.

Tip: leg je definities één keer vast

Beschrijf op één pagina hoe je elk kengetal berekent: wat telt als verhuurbare m², welke datum geldt als move-in, wat er in MRR zit en wanneer een factuur achterstallig is. Pas je een definitie aan, reken dan ook de historie opnieuw uit, anders lijkt een nieuwe rekenmethode op een betere of slechtere prestatie.

Locatieoverzicht met per self-storage locatie het aantal units, de bezetting, MRR en achterstand

FAQ

Veelgestelde vragen

Wat is de belangrijkste KPI voor self-storage?

Er is niet één getal dat alles zegt. Moet je kiezen, neem dan de omzet per beschikbare m²: die combineert bezetting en prijs en is eerlijk tussen locaties van verschillende grootte. Lees hem wel samen met de huurachterstand, want omzet die niet binnenkomt, telt niet.

Hoe vaak moet je self-storage KPI's bekijken?

Bekijk de operationele kengetallen wekelijks: bezetting, move-ins en move-outs, netto groei, achterstand en conversie. Economische bezetting, MRR, omzet per m² en de rate gap bekijk je maandelijks. De gemiddelde huurduur verandert langzaam; een keer per kwartaal is genoeg.

Hoe bereken je de omzet per m² van een self-storage locatie?

Deel de huuromzet van een maand door het totaal aantal verhuurbare vierkante meters. Dat is de omzet per beschikbare m², waarin leegstand al is meegenomen. Deel je door de verhuurde m², dan krijg je de omzet per verhuurde m², die vooral iets zegt over je prijsniveau.

Hoe bereken je het achterstandspercentage?

Dat kan op twee manieren: het bedrag dat na de vervaldatum nog openstaat gedeeld door je maandelijkse huuromzet, of het aantal huurders met een achterstand gedeeld door het totaal aantal huurders, telkens × 100%. Volg ze allebei en splits ze naar ouderdom, bijvoorbeeld 1–7, 8–29, 30–59 en 60+ dagen. Zo zie je of een achterstand vers is of al vastzit.

Hoe vergelijk je meerdere self-storage locaties eerlijk?

Gebruik kengetallen die niet van de grootte afhangen, zoals omzet per beschikbare m², bezetting in m² en achterstand als percentage. Hanteer voor elke locatie dezelfde definities en dezelfde peildatum. Een locatie die nog aan het vollopen is, vergelijk je vooral met haar eigen ontwikkeling.

Zie je eigen operatie in TheStorageControl.

In een demo laten we het platform zien aan de hand van jouw situatie: je locaties, je unitmix en je huidige manier van werken.