Plattegrond importeren: begin bij je unitlijst
Een plattegrond importeren is meer dan een tekening uploaden. Het doel is een interactieve plattegrond van je opslagruimte, waarin elk vlak bij een unit uit je administratie hoort. Wat je daarna met die live kaart doet, staat op de pagina over de live plattegrond. Dit artikel gaat over de stap ervoor.
In TheStorageControl is daarbij je unitlijst leidend. Een code op de tekening wordt alleen gekoppeld als hij in de unitlijst van de locatie staat. Het codepatroon (in de fictieve demolocatie een rijletter met vier cijfers, zoals D0111) komt uit die lijst, en de schaal wordt afgeleid uit de oppervlaktes erin.
Zorg dus eerst dat de unitlijst klopt: dezelfde codes als op de tekening en de juiste oppervlaktes. Ontbrekende units voeg je vooraf toe in unitbeheer, want een vlak tekenen maakt geen nieuwe unit aan. Het koppelt een vorm aan een unit die al bestaat.
Welk bestand kies je: vector-pdf, SVG of scan?
Je importeert één bestand tegelijk en één tekening per verdieping, tot 40 MB. Een vector-pdf of SVG-plattegrond is de beste bron: lijnen en tekst worden direct uit het bestand gelezen, dus unitcodes komen er letterlijk uit. Bij een scan of foto herkent je browser wanden en codes met tekstherkenning (OCR). Dat is een omweg via pixels, dus de kwaliteit van de opname telt.
Een gescande pdf en DWG of DXF worden niet gelezen. De tabel zet de opties op een rij.
| Bestand | Het best voor | Tips en valkuilen |
|---|---|---|
| Vector-pdf | Tekeningen van de architect of uit een CAD-programma | Eén verdieping per pagina; bij meerdere pagina's vul je het paginanummer in. Unitcodes als echte tekst, niet omgezet naar contouren. |
| SVG | Eigen tekeningen en exports uit teken- of CAD-software | Rechthoeken, polygonen, lijnen, paden en tekst worden gelezen. Houd codes als tekst. |
| Scan of foto (PNG, JPG, WebP) | Als je alleen een papieren tekening hebt | Recht, scherp en gelijkmatig belicht, met lichte lijnen. Grote scans worden verkleind tot 3.200 px aan de lange kant. |
| Gescande pdf | Niet geschikt | Geen vectorlijnen of echte tekst. Vraag om een vector-pdf of upload de scan als afbeelding. |
| DWG of DXF | Niet geschikt | Wordt niet gelezen. Exporteer vanuit je CAD-programma een vector-pdf of SVG. |
Zo bereid je een tekening voor op de import
Een goede voorbereiding scheelt controlewerk, of je nu een pdf-plattegrond van de architect hebt of een papieren plattegrond wilt digitaliseren:
- Controleer de unitlijst: elke unit van de tekening staat erin, met dezelfde code en de juiste oppervlakte.
- Kies per verdieping één tekening. Staat alles in één pdf, noteer dan welke pagina bij welke verdieping hoort.
- Vraag de architect om een vector-pdf of SVG. Werkt die in DWG of DXF, laat dan vanuit het CAD-programma exporteren.
- Controleer dat de unitcodes echte tekst zijn, precies zo geschreven als in je unitlijst.
- Zet overbodige lagen uit, zoals arcering, meubilair en maatlijnen. De schaal komt toch uit je unitlijst.
- Alleen papier? Scan recht en scherp, zonder schaduw of vouw, en snijd bij tot de verdieping zelf, zodat de codes na het verkleinen leesbaar blijven.
- Houd elk bestand onder de 40 MB.
Tip: zo zie je of een pdf echt vector is
Open de pdf, zoom ver in op een wand en zoek met Ctrl+F op een unitcode. Blijven de lijnen scherp en wordt de code gevonden, dan is het een vector-pdf met echte tekst. Zo niet, dan is het een scan in een pdf: vraag om een vector-export of upload de scan als PNG of JPG.
Wat gebeurt er automatisch tijdens het importeren?
Na het uploaden leest TheStorageControl de tekening: een vector-pdf op de server, een scan in je browser. Bij een scan leest de tekstherkenning de pagina in tegels, daarna uitsneden van de ruimtes, en probeert afgekapte codes opnieuw. De import kan op de achtergrond doorlopen, en het hulppaneel heeft een uitlegvideo.
Daarna koppelt het systeem alleen codes die in de unitlijst staan. Het codepatroon wordt automatisch afgeleid; een eigen patroon kan onder geavanceerde opties. De vorm van een unit is de kleinste gesloten ruimte rond het label, en anders een rechthoek tussen de dichtstbijzijnde wanden. De schaal volgt uit de unitlijst, dus kalibreren is niet nodig.
Een gecombineerde unit uit je unitlijst, zoals B0104+B0105 na het samenvoegen van twee units, wordt herkend als beide delen zijn gelezen en hun ruimtes op elkaar aansluiten. Anders blijven de delen staan voor controle. Gelezen codes zonder koppeling krijgen een tijdelijk vlak, zodat niets ongemerkt verdwijnt.
Daarnaast wordt elke vorm vergeleken met de oppervlakte in de unitlijst. Bij meer dan 40% verschil volgt een sterkere waarschuwing.
Oppervlaktecontrole
Toegestane afwijking = 20% van de oppervlakte in de unitlijst, minimaal 0,6 m²
Voorbeeld: Rekenvoorbeeld uit de fictieve demolocatie: D0111 staat op 7,5 m², dus de marge is 1,5 m² en een vorm van 6,0 tot 9,0 m² past. Bij een unit van 2,5 m² is de marge 0,6 m².
Groen, oranje en rood: zo lees je het resultaat
Na de import zie je de plattegrond in reviewkleuren. Groen is gevonden en geaccepteerd, oranje vraagt een blik en rood is een nummer zonder unit in de database, zoals een kantoor of een verlezing. Grijs gestippeld is een vlak dat je hebt genegeerd.
Groen krijgt een vlak alleen bij hoge zekerheid. Een oppervlakte buiten de marge, een rechthoek als noodoplossing, onzekere tekstherkenning, een heel complexe vorm, overlap of een unit die aan de rand van de tekening is afgesneden: dat wordt allemaal oranje. Bewust streng, want een fout groen vlak belandt op je live kaart.
In de fictieve demolocatie Capelle Rivium zijn 2 vlakken oranje, omdat de getekende oppervlakte afwijkt van de unitlijst. De 3 rode zijn het kantoor, de lift en de technische ruimte: wel een nummer, geen unit. Vormen aanpassen en ontbrekende units tekenen behandelt het artikel over units tekenen.
- Oranje: klik het vlak aan, vergelijk in het zijpaneel de getekende oppervlakte met die in de unitlijst en bevestig met Enter. Sleep zo nodig eerst een hoek of zijde.
- Rood door een verlezing: kies de juiste unit. De lijst toont alleen units die nog geen vlak hebben.
- Rood zonder unit, zoals een kantoor: negeer het vlak met I, of verwijder het met Del.
- Bevestigen en negeren springen naar het volgende vlak dat aandacht vraagt; N doet dat ook en zoomt in. Ctrl+Z maakt een stap ongedaan.
Meerdere verdiepingen importeren
Meerdere verdiepingen importeer je één voor één in dezelfde plattegrondversie. Per import kies je de verdieping, van -2 tot 10 of met een eigen naam, bijvoorbeeld voor een tussenvloer. Staan alle verdiepingen in één pdf, dan vul je per import het paginanummer in; pagina's worden niet vanzelf aan verdiepingen gekoppeld.
Een verdiepingskiezer toont per verdieping het aantal units. De lijst met units zonder vlak is je eindcontrole: wat daar nog staat, is op geen enkele verdieping getekend. Andersom mag een unit maar één vlak hebben; twee vlakken voor dezelfde unit blokkeren het publiceren. Werk per verdieping de oranje en rode vlakken af voordat je de volgende importeert, dan weet je steeds waar je staat.
Van controle naar publicatie
De import levert ook een technische tekening op, met maatvoering, noordpijl, legenda en titelblok, en een 3D-model met deuren en looppaden. In de 3D-preview zie je een vreemde vorm of een ontbrekende unit snel.
Publiceren wordt geblokkeerd als een vlak geen unit heeft, twee vlakken dezelfde unit delen, een unit niet meer in de unitlijst staat of een vorm ongeldig is: minder dan 3 of meer dan 64 hoekpunten, zichzelf kruisend of buiten de tekening. Hebben units nog geen vlak, dan kun je publiceren, maar dat bevestig je expliciet.
Elke plattegrond is een versie: concept, gepubliceerd of gearchiveerd. Er is één live versie per locatie en publiceren archiveert de vorige. Een latere wijziging maak je in een conceptkopie, terwijl de live kaart blijft staan. Elke import, wijziging en publicatie staat in de auditlog.
Je hebt alleen het recht nodig om units te configureren (eigenaar, admin of manager), geen ontwikkelaar. Hoe het na publicatie verdergaat, lees je in het artikel van tekening tot unit.




